Schrijvers om de Noord

 
 
 
 
 
Anton Korteweg
olieverfschilderij door Trudy Kramer

Anton Korteweg

Bestond ik uit taal niet

Bestond ik uit taal niet, ik moest me niet denken.
Taal is een ziekte, kondigt de dood aan.
Er valt niet te stoeien. Men worstelt vergeefs.

Gezonden zijn, hoeven niet zich te schrijven.
Praten niet eens met zichzelf. Ze zijn als
wie langs het strand, dat is leeg en van hen, rent.

Zwijgende zee; een hemel die dicht is.
Pratende mond niet. Geen denkend hoofd.
Er rent maar een lichaam van benen.

(Uit: Met flinke pas, gedichten 1971-2001, een keuze.
J.M. Meulenhoff bv, Amsterdam, 2003)

vorige
volgende