Schrijvers om de Noord

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Anton Korteweg
olieverfschilderij door Trudy Kramer

Anton Korteweg

Drie gedichten bij Prof. Dr. H.C. Rümke's 'Levenstijdperken van de man' (1938)


1. Het grote gebod is Entzagung

Ik spreek uit rijke ervaring
van een man van dik in de zestig:
voor zichzelf is een man slecht gezelschap,
laat hij zich met een ander bemoeien!

Maar soms, op de levenszee dobberend,
weet je niet goed waar je bent,
stuit je maar steeds op jezelf.
Goddank is er dan Rümke.
Niet dat hij mijn zitten en staan kent
en evenmin proeft hij mijn nieren,
maar mijn voet weet hij toch maar mooi
voor wankelen te behoeden.

'Kalm maar aan, praesenex,' zegt hij,
'het seizoen is bijna gesloten,
de sexus vertoont schommelingen
en buiten wordt het steeds killer.
Er zijn er genoeg van uw leeftijd
die plotseling losgewoeld zijn
na een schijbaar harmonisch leven -
rust, reinheid, regelmaat.
Doe vooral niet als zij, maar bedenk:
het grote gebod is Entzagung.
Gehoorzaam de wet van de fase
waarin 't u vergunt is te leven."

Dat gebod onderhoud ik van harte,
te meer daar hij mij heeft beloofd:
als de eros geheel is geweken,
ondervind ik diepe vrede.

Dan woon ik al in de Senectus,
waar ik alleen nog maar even
vergenoegd dood hoef te gaan.

vorige
volgende