Schrijvers om de Noord

 
 
 
 
 

Ad Zuiderent

Nooit voltooid

Zitten wij in de nooit voltooide tuin, zitten in zalig niets,
ons enig leven zitten wij uit, de schoffels en harken uit zicht,
ver over onze tijd zitten wij in het licht van de eeuwigheid
rond de vijver, stenen kikkers zitten wij, kwaken wat, stemmen
versterkt door de vijver, over water dat ons gekwaak draagt,
zijn wij rond de zestig, zijn wij jong genoeg voor de lange baan,
schuiven wij op, doebidoe, drinken een glas op de eeuwige
jeugd aan de vijver, zijn wij septemberbegin, onwennig,
heeft de zon gedag gezegd tegen de bergen, klinkt er ons
muziek in de oren, een tralala van verre buren, steeds minder
belang, steeds meer een hang om te zitten in wat nooit af raakt
zijn wij geil, doebidoe, als kikkers, als een kou ons bevangt,
verstijven wij waar wij bij zitten, bevend van onder tot over de leden,
zijn wij die wij zijn, een plons, goddelijker kan niet, kunnen wij
het niet maken, maken een kring, maar een kring in de vijver.

vorige
volgende