Schrijvers om de Noord

 
 
 
 
 
 
 
 

Eva Gerlach

Die alle dingen

                               'Sol qui illustras omnia solus' (Bruno, Cantus Circaeus)

Wat was het dat je zei, iets over snoeken
vroeg in de winterochtend als het donker
om jou en om je vader elk apart
heen zat op de brommer, elk zijn wak
hakte en je wierp de wat voor hengel,
zus of zo'n haak, ondermaats
aas uit het emmertje: nooit één
snoek gevangen. Was er niet een lamp,
hadden wij hem later niet, zo'n staande,
plekkerig metaal, hij kon ook hangen.

Alles, alle dingen in gedachten
houden, tijd en plaats, substantie, hoe-
veelheid en hoedanigheid. Een god
zijn die het beweegt.
                     Soms zag je eentje
stilstaan in de diepte, met zo'n spitse
bek zoals ze hebben, grijze vlekken.


Uit: Wat zoekraakt, 1994

vorige
volgende