Schrijvers om de Noord

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Jan Veldman

Momenten van geluk

We keken naar de herfst, dat was genoeg
Vooral vanuit de warmte van de kroeg
We keken met een kennersblik naar vrouwen
Alsof we ze konden krijgen maar niet wouwen
We keken naar de spiegels van de kast achter de tap
En zagen ons daar lachen om de laatste gore grap
Dat waren wij, zo was de wereld,
Zo was de vriendschap, zo klopt' het hart
Zo was het leven, zo moest het wezen
De rest kon barsten voor ons part
Zo was het bier, zo de jenever
Zo was de toogrand, zo de kruk
Momenten van geluk.

De eerste trouwpartij, dat was een feest
We zijn er met z'n allen nog geweest
Natuurlijk mocht er geen van ons ontbreken
We werden er voor twaalven uitgekeken
Hij zwaaide ons nog na, maar er zat schaamte in zijn groet
Zijn vrouw riep hem vanuit de zaal, en maande hem tot spoed.
Daar gingen wij, nog lang niet dronken
Maar met een kater in ons hart
Wij bleven vrienden, oprechte vrienden
Dan maar een minder voor ons part
Leve het bier en de jenever
Leve de toogrand en de kruk
Momenten van geluk

De tweede trouwpartij kwam vlot daarna
En na een maand of wat werd eentje pa.
De kring werd kleiner, maar wat kon het schelen
Zo was er immers meer om te verdelen?
Er kwam een nieuwe kastelein, zodat de sfeer verdween
En de cliëntèle werd ook jonger om ons heen
En een van ons ging weg naar een of ander buitenland
En een die kreeg een ongeluk, dat stond nog in de krant
De groep die overbleef zat aan het tafeltje opzij
Het zweeg en dronk en het bestond voornamelijk uit mij
En in de nacht, zelfs in de winter
Werd ik de straten opgestuurd
Waar moet ik heen! Waar moet ik leven!
Is er een slaapplaats in de buurt?
Ik drink mijn bier en mijn jenever
Langs de stoeprand, op een kruk
Momenten van geluk.

vorige
volgende