Schrijvers om de Noord

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Willem van Toorn

Nazomer

    Voorbij, en de vorst heeft zich ingegraven.
    Trek af naar de stad.
                                                   Jan G. Elburg


1

Komediant herfst vermomt zich nog als zomer
dit najaar: een smetteloos blauwe
mantel over zijn bruin pak, zijn gouden
haar weggemoffeld onder groene kransen. En boven

de witte zandweg laat hij zijn adem beven
als in augustus. Loop er niet in: zijn spel lokt
je terug het jaar in. Maar achter het houthok
valt buiten je blikveld stil één blad als teken

van onomkeerbaarheid.

2

Ongemerkt afgelopen het loom bedrijf
van blote voeten aan de vloedlijn, hoornaars
zuidwaarts razend op asfalt, het haast te zwaar
gewicht van sterrenbeelden in het rein

pikzwart van nachthemels. Kleurige strandtenten
weggevouwen in kamfer voor de winter. Branding
brengt weggespoeld speelgoed terug voor het kind
dat al is afgereisd en in zijn stadse bed

het verlies niet eens meer droomt.

3

Dat je er niet meer aan ontkomt het groot
huis van de zomer dicht te doen, de luiken
knarsend toe te draaien, kamers te sluiten
om de herinneringen aan het eindeloos

lachen, verhalen liegen, drinken, bodemloos
slapen onder krakende balken, zat
van goed eten, liefde, dromen. Luister: dat
is al de wind die opsteekt, tomeloos.

Het is tijd voor de stad.

vorige
volgende